‘Ik wil iets met mijn leven doen’, zeg ik tegen mijn man. We wonen in Angola en ik ben vierentwintig. Leven in Angola betekent voor mij een groot land, een huis in Luanda en een huwelijk waarin ik me vaak ongezien voel. Wat ik daar leer over kiezen, zwijgen en luisteren naar mijn hart, zie ik nu terug bij de ondernemers en leiders met wie ik werk.
Hoe is het leven in Angola voor een jonge vrouw?
Mijn leven in Angola heeft twee kanten. Buiten is het land groots. Het is groter dan Frankrijk en Spanje bij elkaar, met witte stranden en steile bergwegen langs afgronden. Binnen is het klein. Ik zit met mijn neus in de studieboeken en kook voor de collega’s van mijn man. Wat ik doe en met wie ik omga, bekijk ik door zijn ogen. Ik leer snel waar mijn ruimte zit en waar niet.
Ik kies zonder toestemming
We hebben net Paula ontmoet. Ze geeft lees- en schrijfles aan kinderen en volwassenen, diep in het zuiden, in een klein hotelletje. ‘Dat wil ik ook’, zeg ik. ‘Me nuttig maken. Een verschil maken in het leven van mensen.’ Ik wil meer dan kippen de kop afhakken voor het diner met zijn collega’s of met mijn neus in de studieboeken zitten. Zijn antwoord: ‘Heb je niets beters te doen?’
Ik voel het verdriet opbruisen. Maar ik beheers me en laat het erbij. De volgende dag ga ik zonder iets te zeggen mee met Paula. Naar de Muila-vrouwen, een stam diep in het binnenland. Eén man, dertig vrouwen, ontelbare kinderen. De vrouwen hebben giraffennekken, omwonden met kralenkettingen. Hun kapsel is gemaakt van koeienpoep en klei.
Ze vragen of ze mijn haar mogen opmaken. Ik zeg toch maar nee, terwijl ik het best wil. Dat zou thuis te veel heisa geven. Maar ik ben er wel. Ik heb gekozen, zonder toestemming. Dat is het begin. Niet de grote revolutie. Maar het stille besef: ik wil meer. En ik mag dat willen.
Ik ben vrij
‘Ik ben vrij. Ik kan doen wat ik wil.’ Dat roep ik hardop door het huis in Luanda. Kat Micky rent met opgeheven staart mee. Mijn man is voor drie weken naar Mozambique. Te duur om mij mee te nemen. Ik vind het niet erg. Integendeel. Eindelijk kan ik doen en laten wat ik wil. Zonder zijn commentaar en zijn schouderophalen, zonder steeds rekening te houden met wat hij ervan vindt.
Ik ga zwemmen in zee en wandel langs witte stranden. Ik eet gezouten kabeljauw op het strand met vrouwen die ik net heb ontmoet. Ik geef les met Paula aan de Muila-vrouwen. Ik kijk door mijn eigen ogen. Niet door de zijne. En ik voel: dit ben ik. Dit is hoe ik wil leven. Dat gevoel vergeet je niet.
Laat het waaien in je hart
Op een strand in Angola zwem ik tussen de haaien zonder het te weten. Als ik het water uit kom, staat een groepje zwarte vrouwen me op te wachten. Ze omhelzen me. ‘Godzijdank dat je nog leeft. Er zwemmen hier haaien. Ze hebben al drie mensen kapotgebeten.’ Na de eerste schrik moet ik lachen en zij lachen mee. Ze nodigen me uit om mee te eten. Gezouten kabeljauw op een kleed in het zand.
‘Was u niet bang?’ Ik hoor mezelf zeggen: ‘Ik ga pas dood als het mijn tijd is. Eerst moet ik het geheim van het leven ontdekken.’ Ze knikken en slaan me op de schouder. ‘Muito bem. Goed zo.’ Dan roept een oudere vrouw, die een beetje apart van de groep zit maar wel meeluistert: ‘Geef niet op. Houd uw hart helder. Laat het waaien in uw hart.’ Ik weet nog niet wat ze bedoelt.
Niet elke strijd is de mijne
Mijn man en ik zijn op reis. Steile bergwegen met afgronden. Ik sta duizend angsten uit. En wat doet hij? Hij klemt het stuur tussen zijn knieën en begint kalm zijn pijp te stoppen, terwijl we in volle vaart over de hobbelige wegen stuiteren. Ik zweet en klem mijn handen ineen en mijn kiezen op elkaar. Ik zeg niets.
Want ik heb geleerd dat niet elke strijd de mijne is. Sommige energie bewaar je voor de momenten die er echt toe doen. Mijn studieboeken terugkrijgen, die hij expres bij de douane heeft laten liggen, is een strijdpunt. Rijlessen afdwingen en mijn eigen vrienden kiezen zijn dat ook. Zijn machospelletjes op de bergweg zijn de moeite niet waard. De derde keer kan ik het loslaten.
Dat zie ik nu bij ondernemers en leiders. Ze vechten overal, over alles. Elke mail, elke vergadering, elke kritiek. En ze zijn uitgeput, omdat ze geen onderscheid maken tussen wat ertoe doet en wat niet. Je innerlijk fundament is ook weten wanneer je vecht en wanneer je laat gaan. Leiderschap is kiezen waar je energie naartoe gaat.
Wat mijn hart me zegt
We stoppen bij een geïmproviseerd restaurantje. De gebruikelijke plak vlees op brood. Kindertjes duiken op vanuit het niets. Ze zitten gehurkt op een afstandje naar ons te kijken. Ik voel het in mijn maag: ze zijn uitgehongerd. Ik wil broodjes voor hen kopen. ‘Geen beginnen aan. Doen we niet’, zegt mijn man.
Ik negeer hem en doe het toch. Als er geen mensen om ons heen waren geweest, had hij me toen al een plak slaag gegeven. Hij wacht tot we in het hotel zijn, na een ijzig stille rit. Niet de eerste klappen. Niet de laatste. Maar ik heb gedaan wat mijn hart me zei. En dat kan hij me niet afnemen.
Soms vraagt je hart iets van je dat niet past in de regels van een ander. Soms weet je van binnen wat goed is, ook al heeft het consequenties. Dat is geen naïviteit. Dat is leiderschap over je eigen leven. Je innerlijk fundament, je KernPositie, is niet de plek waar alles veilig is. Het is de plek waar je weet: dit is wie ik ben. Dit doe ik. Wat er ook gebeurt.
De stilte onderweg
Drie weken rijden we door dat grote land. Rode woestijnen, steile bergwegen en roze flamingo’s in een waterval. Sinaasappelboomgaarden, bananenbomen en ananasplanten. Mensen zien we niet en we praten niet. Maar deze keer is de stilte plezierig. Ik kijk naar de schoonheid om me heen en voel iets wat ik lang niet heb gevoeld: rust, verbondenheid en tevredenheid.
Niet omdat alles goed is. Mijn huwelijk is moeilijk en ik voel me vaak ongezien. Maar op dat moment is er alleen dit. De weg, de natuur, de stilte. Zelfs Friso voelt het en hij knikt me toe. Ik besef dat je niet altijd hoeft te praten en niet altijd hoeft te strijden. Soms is er gewoon dit. En dat is genoeg.
Hoge bomen hebben diepe wortels nodig
Wat de oudere vrouw op het strand bedoelt, weet ik nu wel. Blijf bij jezelf, ook als alles om je heen trekt en duwt. Laat waaien wat moet waaien en houd wat van jou is. Je innerlijk fundament is niet alleen kracht. Het is ook rust, de plek waar je stil kunt zijn zonder dat het ongemakkelijk voelt.
Hoge bomen hebben diepe wortels nodig. Maar wortels groeien niet als je altijd door andermans ogen kijkt. Ze groeien als je leert door je eigen ogen te kijken. En ze groeien in de stilte.
Mijn boek
Meer over mijn leven lees je in mijn boek 1000 plaatsen, 1 thuis.