Uit mijn eigen leven

Toen ze zeiden dat het niet kon

Een decaan, artsen en mijn schoonouders zeggen allemaal dat het niet kan. Mij moet je vooral dwarszitten, dan ga ik vechten.

Jessica Larive lacht in een smal wit straatje, met haar hand op een bewerkte metalen deur

‘Mevrouwtje toch. U zult nooit afstuderen.’ Dat zegt professor Lemaire, de studentendecaan in Leiden. ‘Bent u getrouwd? Nu, ga dan lekker voor uw man zorgen en de kindjes die vast snel komen.’ Ik kijk hem verbijsterd aan. Is dit de studentendecaan? Het is niet de eerste tegenslag in mijn leven en ook niet de laatste.

Hij gaat door. ‘En u gaat met uw man mee naar Afrika en het Midden-Oosten? Mevrouwtje, u verspilt mijn tijd en het geld van de belastingbetaler.’ Vastbesloten begeleidt hij me naar de deur. Hij houdt mijn arm vast als van een gevangene. Die man had me niet beter kunnen stimuleren. Achteraf had ik hem een bedankbrief moeten sturen.

Maken tegenslagen je sterker?

Tegenslagen maken je niet vanzelf sterker. Ze kunnen wel iets in beweging zetten. Bij mij werkt tegenslag als brandstof. In de zwaarste periode van mijn leven had niemand me moeten vertellen dat die ervaring goed voor me was. Ik kijk dan ook niet met dankbaarheid terug op het ongeluk dat me in een rolstoel bracht. Ik kijk terug met respect voor alles wat die tijd in beweging heeft gezet.

Na anderhalf jaar ziekenhuis

Na anderhalf jaar ziekenhuis sturen de artsen me naar huis in een rolstoel. Ze hebben gedaan wat ze konden. Meer zit er niet in. Ik ben negentien en denk dat mijn leven ongeveer zal verlopen zoals ik het heb bedacht. Ik speel tennis in de seniorencompetitie en ga een ster worden, net als Martina Navratilova. Dat blijkt een optimistische inschatting.

Mijn dagen bestaan uit revalideren, pijn hebben, wachten en opnieuw beginnen. Toch gebeurt er van alles. Ik pak mijn studie weer op en doe mijn tentamens met de hoogleraren aan mijn bed. Ik voel de loyaliteit en verbondenheid met de vrouwen op zaal. Echte Amsterdamse vrouwen die ik anders nooit had ontmoet. Ze maken me aan het lachen op dagen waarop ik daar zelf geen enkele reden voor zie.

Ik hoor hun verhalen over mannen, verlies, ziekte, scheidingen, kinderen en verdriet, waar ik tot dan toe geen idee van had. Mijn relatie met mijn ouders wordt zachter. We stoppen met elkaar proberen te veranderen en beginnen elkaar beter te begrijpen. En langzaam verdwijnt er ook een ander idee uit mijn hoofd. Dat mijn leven alleen zal slagen als alles volgens plan verloopt.

Vier jaar later behaal ik mijn doctoraal. Lopend. Als ik veel later in de politiek werk, zet ik me vanzelfsprekend in voor mensen met een handicap. Soms denk ik aan het meisje dat in een rolstoel het ziekenhuis uitreed. Ze dacht dat haar wereld kleiner was geworden. Achteraf bleek dat niet waar. Ik zou haar het liefst even willen vastpakken en zeggen dat ze geen idee heeft hoe goed het uiteindelijk met haar afloopt.

Een mandje tomatensoep

Mijn grootste levensbesluit neem ik met een mandje tomatensoep in mijn hand. Als werkstudent verdien ik mijn geld door tomatensoep te testen. Het is nog donker buiten. Koude perrons en de eerste trein naar een plaats waarvan ik nog nooit heb gehoord. Bij het station staat de caravan al te dampen. De geur van hete tomatensoep drijft me tegemoet voordat ik de deur opendoe. Drie thermoskannen, drie soorten tomatensoep en één rieten mandje.

Dan loop ik de flats in. Betonnen trappenhuizen die naar schoonmaakmiddel ruiken. Grijze galerijen met oranje deuren. Vrouwen roepen me vanaf hun galerij al toe dat ik bij hen moet komen. Ik kom binnen in huizen waar alles op zijn plek ligt. Gestreken theedoeken over het aanrecht, vetplantjes op de vensterbank. De kinderen zijn naar school. Het ruikt naar schoonmaakmiddel en koffie. Er ligt geen speelgoed op de grond en niets ligt scheef. En dat om kwart over negen.

Ergens tussen de derde en de vierde deur, met mijn mandje soep in mijn handen, denk ik: dit zal mij niet overkomen. Niet dit leven. Niet deze stilte. Niet deze voorspelbaarheid. Ik wil avontuur, ik wil nieuwe landen zien en ik wil voelen dat ik leef. Ik weet nog niet wat ik wel wil. Maar op een galerijflat in Nederland neem ik een besluit. Ik wil een leven dat groter voelt dan mijn angst.

Veel mensen denken dat richting ontstaat doordat je een droom hebt. Bij mij begint het anders. Met een mandje tomatensoep en een glashelder besef van wat ik niet wil worden. Achteraf denk ik dat sommige van de belangrijkste beslissingen in mijn leven niet begonnen met verlangen. Ze begonnen met weerstand.

Mijn manier van omgaan met tegenslag

Professor Lemaire krijgt geen gelijk. Ik studeer af. Vanuit Angola. Vanuit Beiroet. Tegen de klippen op. Mij moet je vooral dwarszitten, dan ga ik vechten. Mijn schoonouders zeggen: ‘Doe dan een secretaresseopleiding.’ Friso noemt mijn studie-ijver ‘de stomme gril van een wipkip’. Het maakt me alleen maar vastberadener.

Leiderschap is tegenslag omzetten in brandstof. Hoge bomen hebben diepe wortels nodig. Soms is tegenslag de beste meststof.

Mijn boek

Meer over mijn leven lees je in mijn boek 1000 plaatsen, 1 thuis.

Bekijk het boek

Verder kijken

Nog twee perspectieven

Wat Angola mij leerde

Ik ben vierentwintig en woon met mijn man in Angola. In een huwelijk waarin ik me vaak ongezien voel, leer ik door mijn eigen ogen te kijken.

Lees verder →