Met vijf collega´s ga ik naar Cuba om het gesprek met Fidel Castro aan te gaan.
Hij intrigeert me als vrijheidsvechter en politicus.
Maar ook als man.
"Foute mannen" vind ik spannend.
Is hij oprecht of een ordinaire opportunist?
Ik wil hem met eigen ogen zien en ik wil hem zelf spreken.
Ik wil hem confronteren met de politieke gevangenen op zijn eiland.
Ik ben niet bang.
Op het moment dat juist de ´cerdo de leiche´ wordt opgediend, komen vier mannen als in een wildwestfilm binnenstormen.
Met een autoritaire hoofdbeweging geven ze te kennen dat ons gezelschap mee moet komen.
Zonder commentaar worden we in een gesloten busje met zwarte ramen geduwd en rijden we weg.
Na een half uur stopt het busje.
De mannen gebaren dat we moeten uitstappen.
De revolvers stulpen uit de broekband.
Een groot wit gebouw staat eenzaam in een immens grote tuin.
Omringd door de mannen lopen we naar een moderne draaideur.
In een grote marmeren hal staat de van de vliegvelden bekende band met röntgenapparaat en een controle poortje met metaaldetector.
Mijn delegatieleider wordt met de hand gefouilleerd en geeft zijn aktetas af die in een kluisje wordt opgeborgen.
Direct schieten de papieren van Amnesty International door mijn hoofd.
Wat nu?
Ik moet snel een manier vinden deze onopgemerkt te verbergen en naar binnen te smokkel
Snel buig ik me voorover met de armen op de maag en maak onsmakelijke geluiden. De veiligheidsman haalt zijn wenkbrauwen op. Mijn delegatieleden bekijken me verongelijkt.
Verontschuldigend zeg ik met verstikte stem:"So sorry, ik ben ziek, ik moet overgeven."
Snel overlegt de man met een collega. Ik sta er met hangende schouders bij. Ik wrijf in mijn ogen. Door mijn lenzen lukt het me tranen in mijn ogen te krijgen. Ik maak wanhopige gebaren.
De man zucht, pakt me bij de arm en brengt me naar de toiletruimtes. Op het toilet, de deur op slot, steek ik mijn vinger in de keel en braak luidruchtig. Terwijl ik de wc doortrek, pak ik zo geluidloos mogelijk het papier van Amnesty International uit mijn handtas. Ik moet dit aan Fidel Castro geven, hoe dan ook. # Hoor ik praten? Ik rol het papier zo klein mogelijk op en stop het in mijn rechterschoen.
Ik kom naar buiten en zie twee vrouwen die uitvoerig hun handen staan te wassen aan de grote wastafel. Ze nemen me onderzoekend op.
Buitengekomen laat ik me door de wachtende veiligheidsman meevoeren naar een dame die me wil fouilleren.
Ze neemt me mee naar een kamertje, zegt me met de armen en benen wijd te gaan staan en tast me zeer uitvoerig af.
Onder protest laat ik mijn grote zwarte tas en fototoestel bij haar achter.
In een grote ijskoude zaal worden we ontvangen. Hoe armer een land, hoe kouder de airco.
Het doet me wat als ik Fidel Castro aan het hoofd van een grote tafel zie zitten. Hij kijkt verveeld voor zich uit en trommelt met zijn vingers op de tafel.
We gaan zitten.
Haastig drink ik het glas water leeg dat voor me staat. Mijn keel schrijnt na de vertoning die ik zo even gegeven heb.
Ik kijk zoekend om me heen naar onze eigen tolken. Ze zijn er niet.
Gelukkig spreek ik Spaans en ben ik niet van de Cubaanse tolken afhankelijk. Je kunt er immers niet van uitgaan dat de vertaling altijd correct is.
Fidel geeft ons met veel handgebaren minzaam te verstaan dat hij de EU een interessante gesprekspartner vindt.
Ja, haal je de koekoek. Sinds de oude Sovjet-Unie is weggevallen en de VS steeds moeilijker doet, hebben ze ons hard nodig.
Als er een korte stilte valt, grijp ik mijn kans en richt ik me in het Spaans tot onze gastheer.
"Commandante, u weet ongetwijfeld dat het Europees Parlement alle internationale verdragen van de EU met de zogenoemde derde landen als uw land, dient goed te keuren? U weet dat zonder onze goedkeuring geen enkel verdrag tot stand kan komen?"
Fidel knikt minzaam. Hij kan moeilijk zijn verbazing verbergen dat buitenlandse vrouw zijn correcte aanspreektitel kent.
"U weet ook dat zelfs als onze regeringen het eens zijn, het feest onherroepelijk niet doorgaat zonder het groene licht van het EP?"
Opnieuw knikt Fidel. Nu iets minder minzaam.
"Voor het EP in het algemeen en voor de Europese Liberale fractie in het bijzonder zijn de mensenrechten een doorslaggevend criterium", sluit ik af.
Ik doe mijn best mijn stem niet te laten trillen .
Het is stil.
Fidel kijkt me taxerend aan. Uit mijn linkerooghoek zie ik de vijandige blik van mijn Spaanse socialistische collega.
Zijn grote vrijheidsstrijder wordt hier geattaqueerd.
En nog wel door een vrouw.
Het vervolg kun je lezen in mijn boek "1000 plaatsen 1 thuis."