"Kijk, Suus, dit is de eetzaal van de hel.
Niet slecht, hè?
De enige regel is dat goede tafelmanieren in acht worden genomen.
Daar houden we van.
Dus geen gesmak en met mes, vork en lepel eten."
De engel glimlachte.
Suus zag prachtig gedekte tafels vol verrukkelijk eten, fraai servies, kaarsen en bloemen op tafel.
Het water liep haar in de mond.
Die hel viel nog wel mee.
Toch zag ze tot op het bot vermagerde mensen nors voor zich uit staren.
Iemand probeerde een idioot lange lepel in zijn mond te stoppen. Vergeefs.
Hij kwakte hem op tafel, het eten spatte rond.
Niemand reageerde.
Het bestek was te lang was om in je mond te steken, vreemd.
Vragend keek ze de engel aan.
God, wat was hij mooi.
Peter- zo heette de engel, hij had zich inmiddels voorgesteld-, haalde zijn schouders op.
"Kom" zei hij: "Nu laat ik je de hemel zien."
In een volgend vertrek trof ze weer zo´n prachtig gedekte tafel aan, vol met heerlijk eten.
Het was er gezellig en rumoerig.
Mensen lachten en voerden gesprekken.
En weer diezelfde lange lepels.
Toen zag ze hoe ze aten.
Ze voerden elkaar…
We scheppen zelf onze eigen hel hier op aarde.
Of hemel.
Kies maar.