Stap voor stap. Op blote voeten. Zo liepen de oude en de jonge monnik voort.
Zwijgend. Die eed hadden ze afgelegd. Net zoals ze hadden gezworen nooit en te nimmer een vrouw aan te raken.
Zelfs hun moeder niet.
Na twee dagen stuitten ze op een fel kolkende rivier.
Was dat een vrouw daar verderop in het water, worstelend met de stroming?
Haar hoofd verdween onder het zwiepende water en lucht happend kwam het weer boven.
De oude monnik haalde diep adem, sprong in de rivier, zwom naar haar toe, pakte de half bewusteloze vrouw in zijn armen en droeg haar naar de overkant.
Daar legde hij haar in het gras en liep zwijgend verder.
Zijn jonge metgezel voegde zich bij hem en woordeloos liepen ze voort.
Een jaar later liepen ze daar weer. Zwijgend. Stap voor stap. Blootsvoets.
Opeens kwam er geluid uit de jonge monnik.
Met verstikte stem bracht hij uit:" Je weet toch dat je geen vrouwen mag aanraken!"
De oude keek opzij en zei kalm: LOOP JE NOU NOG STEEDS MET DIE VROUW TE ZEULEN?"
( vrij naar een bekend verhaa)