Zo ben ik op aarde gekomen.
Met dit lichaam.
Als in een auto.
Aan het stuur zit de taxichauffeur.
Mijn ego.
Mijn persoonlijkheid.
Hij weet het altijd beter, is corrupt en doet precies waar hij zin in heeft.
Hij luistert niet en kletst maar door.
Ik ben niet alleen.
Op de achterbank zit de passagier.
Mijn hogere Zelf.
Hij is de eigenaar van de auto en bekijkt mijn leven, het gedoe.
Hij kijkt mild en oordeelt niet.
De passagier heeft mededogen en kent geen grieven.
Hij ziet het licht in mij.
Hij is het licht.
Ik moet stil worden.
Heel stil en luisteren.
Wees stil, Jessica, wees stil